Je ziet het steeds vaker in interieurwinkels en op Instagram: stoelen, poefs en kussens met die herkenbare parallelle ribbels. Ribfluweel, ook wel corduroy genoemd, is terug van weggeweest. Het materiaal dat je misschien nog kent van jaren zeventig-meubels of een oude ribfluwelen broek uit je kast, duikt nu op als een van de favoriete stoffen voor accessoires en kleine meubelstukken.
Het is niet voor het eerst dat de stof zo'n revival doormaakt. Ribfluweel verdween begin jaren negentig grotendeels uit de meubelwinkels, verdrongen door gladdere stoffen en later door de minimalistische lederlook die jarenlang de toon zette. Nu de interieurtrend juist weer naar warmte en textuur beweegt, grijpen ontwerpers terug op een materiaal dat zich al decennia bewezen heeft.
Waarom ribfluweel nu weer opduikt
De verklaring zit in de bredere beweging weg van strakke, minimalistische interieurs. Waar de afgelopen jaren alles om rechte lijnen en gladde oppervlakken draaide, kiezen steeds meer mensen voor textuur en warmte in huis. Bouclé veroverde dat terrein eerder al op de bank, maar ribfluweel voegt iets anders toe: een duidelijke structuur die je ook voelt als je er met je hand overheen gaat, in plaats van een zachte, wollige laag.
Fabrikanten combineren de stof opvallend vaak met ronde, mid-century vormen en diepe tinten zoals oranje, mosterdgeel en mosgroen. Dat past bij de retro-sfeer die de laatste tijd overal terugkomt, van meubels tot verlichting.
Waar ribfluweel wel en niet werkt
Het grote verschil met bouclé is dat ribfluweel minder snel een hele kamer overneemt. Een complete bank in ribfluweel kan al gauw zwaar aandoen, zeker in een kleinere woonkamer. Het werkt het beste op instapstukken: een eetkamerstoel, een poef bij de haard, sierkussens op de bank of een poefje in de hal. Zo breng je de textuur binnen zonder dat je meteen een grote investering doet.
Voor wie net een opvallende salontafel heeft neergezet, is ribfluweel ook een handige manier om die blikvanger niet te laten concurreren met de rest van de kamer. Houd de stof dan bij kleinere accessoires en laat de tafel het middelpunt blijven.
Zo combineer je het met de rest van je interieur
Ribfluweel oogt het best naast natuurlijke materialen: hout, rotan, linnen. Die combinatie voorkomt dat het geheel te druk wordt. Ga je voor een warme kleur zoals terracotta of oker, dan werkt dat goed samen met donkere houtsoorten. Wie liever iets rustiger blijft, kiest voor beige of grijsbruine tinten, die je bijna overal kwijt kunt.
Let ook op de breedte van de ribbels. Smalle ribbels ogen verfijnder en passen bij een strakker interieur, terwijl brede ribbels juist de nadruk leggen op dat robuuste, retro gevoel. Combineer niet te veel verschillende ribbreedtes in één kamer, dat oogt al snel rommelig.
Ook buiten de woonkamer een goede keuze
Ribfluweel blijft niet beperkt tot de bank of de eethoek. In de slaapkamer zie je de stof steeds vaker terug op een poef aan het voeteneind, een hoofdbord of een leesstoel in de hoek. Daar werkt het materiaal extra goed, omdat een slaapkamer meestal toch al om rust en zachtheid draait. Combineer je dat met een warme kleur, dan ontstaat er al snel dezelfde sfeer als de burgundy-accenten die dit najaar opduiken in de woonkamer, maar dan net iets grofmaziger door de structuur van de stof.
Ook op kleinere accessoires zoals lampenkappen, tasjes voor op de kast of een plantenhoes doet ribfluweel het goed. Het zijn geen grote investeringen, maar ze geven een kamer meteen een andere uitstraling, zonder dat je meubels hoeft te vervangen.
Onderhoud, dit is anders dan bij bouclé
Waar bouclé vooral gevoelig is voor pluizen, is ribfluweel vooral gevoelig voor stof in de groeven tussen de ribbels. Stofzuig daarom altijd in de richting van de ribbels, nooit dwars erop, anders druk je vuil juist dieper in de stof. Een zachte borstelopzet werkt beter dan een harde mondstuk. Bij vlekken geldt hetzelfde advies als bij de meeste stoffen bekledingen: zo snel mogelijk deppen, nooit wrijven, en bij twijfel een vakman inschakelen in plaats van zelf met water en zeep aan de slag te gaan.
De stof zelf is overigens niets nieuws. Ribfluweel, in het Engels corduroy genoemd, bestaat al eeuwen en dankt zijn populariteit in de mode en later het interieur aan de duurzaamheid van het weefsel. Dat maakt het ook nu een praktische keuze: een stevige stof die tegen een stootje kan, wat net iets anders is dan de kwetsbaardere bouclé-bekleding.
Dit zet je als eerste neer als je het wilt proberen
Begin klein. Een paar sierkussens of een eetkamerstoel in ribfluweel geven je meteen een idee of de stof bij je smaak past, zonder dat je er meteen een grote aankoop aan waagt. Bevalt het, dan kun je altijd opschalen naar een poef of een fauteuil. Wie net een golvend dressoir in huis heeft gehaald, kan de stof mooi laten aansluiten door er een paar kussens met dezelfde ribbreedte bij te zoeken. Zo bouw je rustig een interieur op waarin de texturen elkaar versterken in plaats van elkaar tegenwerken.